Selecteer een pagina
Door: Hans Bassa

Hé, hé, een rust momentje in het feestweek programma. Na een lange dag met timmeren en triatlons in een bomvolle feestweek is een potje knikkeren wel even fijn. De kinderen zijn afgehaakt en de regen tikt gezellig op het feesttentdak. Goed dat de tent er staat dit jaar.

Tijdens de feestweek is het volle bak bij het knikkeren, iedereen is erbij. De winnaar moet van goeden huize komen. “Ik zal die ring wel niet winnen…”

“Het zou eigenlijk wel  handig zijn om er snel uit te zijn. Ik moet nog zoveel doen”, fluistert een rationeel stemmetje in mijn hoofd.

Maar dan krijg ik de knikkers in handen voor het eerste potje. Ergens achterin mijn hoofd wordt een stofje aangemaakt. Er wordt een stemmetje in me wakker: “Dit is de kans! Wat nou leuk om mee te doen? Winnen!”

Martijn van de Graaf is de tegenstander in de eerste ronde, hij gooit op als een echte spits. Direct kort op de put. Onverstandig hongerig ga ik er gelijk voor, in plaats van verdedigend te gooien.  Onze beide beste worpen liggen vlakbij elkaar. Hier moet een maatlat bijkomen, maar scheidsrechter Mari zegt; “ga jij maar eerst, het maakt niks.” “Maakt niks?”  Dit maakt alles uit: Ik pak de kans met beide handen aan en knikker alle vier de knikkers achter elkaar in de pot. Binnen!” Martijn blijft verbouwereerd achter.

Het andere stemmetje in mijn hoofd neemt de leiding over. “Winnen!” Als in een roes knikker ik door en hoppa: naar de laatste 16. Een evenaring van mijn persoonlijk beste resultaat. Ik schuifel naar het episknikkercentrum achter baan 4. Annemiek is ook bij de laatste 16, shit, zal ik dan weer niet verder dan mijn echtgenote komen. Bij de laatste 16 zijn sowieso geen koekenbakkers. Corstiaan de Leeuw, Gerard van Veen, kampioenen van weleer, zijn er gewoon bij.

Hans van den Heuvel rolt uit de koker, een grote in het knikkerwereldje. De stem in het hoofd van de fatsoenlijk realist roept nog net hard genoeg om sportief over te komen. Een knikje en een handje kan er nog net vanaf. Na afloop neem ik de felicitaties gulzig in ontvangst. Gelukkig, vrouwlief is er uit. Dit is mijn dag!

Ik loot Janneke Bovekerk voor een plaats in de halve finale. Janneke is onrustig. Ze was niet voorbereid op lang in de race blijven. Haar zuigeling Robin vindt dat het hoogste tijd wordt. Ik kies de verdediging een ga voor een lange wedstijd. Daar zit Janneke niet op te wachten. Die wil er vanaf en snel ook. Ik attendeer ze op een huilend kind, dat wordt haar ondergang, ze neemt te veel risico en geeft een niet te missen kans weg. “Halve finale, prijs! ”juich ik van binnen.

De halve finale tegen Gerard van Veen is wedstrijd met alles er op en aan, maar ik trek hem over de streep! De finale! Nog een potje winnen en ik ben de kampioen.

Ik heb een reuze kans. Jarie Trappenburg is nog maar een snotneus. Een snotneus midden in de feestweek. Dan is hij vast niet op zijn best. Dat biedt perspectief. Routineus bespeel ik hem, ik merk op dat ik nog met zijn moeder knikkerde. Maak een grap met de baanveger. Het is een kwestie van tijd en dan is die ring voor mij! Eeuwige roem, een foto op de voorpagina. Wat zal mijn moeder trots zijn..

Maar dan.. ik mik de knikker naar de pot, tenminste dat dacht ik, maar hij gaat er niet in. Op 10 cm blijft van de pot blijft hij liggen. Jarie aarzelt niet en knikkert de laatste in de pot.

Zijn armen gaan omhoog en niet de mijne, hoe kan dat toch? Het moment van euforische glorie is weg. 2de,  eerste verliezer, best of the rest, alle clichés zijn van toepassing, maar het blijft gewoon verliezer. Maar ding is zeker: Ik ben nog nooit zo teleurgesteld geweest na het knikkeren.

Ik hoop dat dat gevoel nog slijt…

De foto’s van het Knikkeren hebben jullie nog tegoed. 

Delen